Terugblik
Dinsdag 7 oktober 2008 Sleutelen aan de bouwstenen van het leven Zomaar een dinsdagavond in het centrum van Rotterdam. De deuren van de Grote of St. Laurenskerk staan open. Af en toe stapt iemand de kerk binnen. Uit plotseling opgekomen nieuwsgierigheid of met voorbedachten rade, met een flyer in de hand. De Laurenskerk is vanavond het toneel voor een discussieavond over ‘Sleutelen aan de bouwstenen van het leven’. Onder deze titel worden de ins en outs en de voors en tegens van een nieuw wetenschapsgebied, de synthetische biologie, onder de loep genomen.
Bij binnenkomst in de kerk worden de bezoekers ondergedompeld in een zee van ruimte, gevuld met voetstappen, zacht gepraat en pianomuziek. In het midden van de enorme kerk is een opstelling gemaakt met een laag podium, een projectiescherm, een spreekgestoelte en een aantal rijen stoelen. Op het scherm een projectie van ‘De Backer van Eeklo, een schilderij uit de tweede helft van de 16e eeuw.

Om half acht weerklinkt de gong in de Laurenskerk. Het publiek zoekt een plaats en dr. ir. Dies Meijer verwelkomt eenieder met de uitleg over het schilderij. De Backer van Eeklo verbeeldt de oude mythe van het ‘herbakken’. In de Middeleeuwen leefde het verhaal dat oude, mismaakte en versleten mensen vernieuwd konden worden onder andere door het herbakken in een oven. Hiervoor kon men terecht in Eeklo (Vlaanderen). Bij dit proces werd het hoofd van de romp gescheiden, herkneed, herschilderd en vervolgens in de oven gebakken. In de tussentijd plaatste men een groene kool op het lichaam, in afwachting van het nieuwe hoofd. Synthetische biologie avant la lettre! Vervolgens wordt de avond officieel geopend door Prof. dr. Steven Lamberts, Rector Magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Het thema ‘Sleutelen aan de bouwstenen van het leven’ wordt ingeleid door twee sprekers. De eerste is Prof. dr. Oscar Kuipers, Moleculair Geneticus aan de Rijks Universiteit Groningen. Professor Kuipers vertelt uitgebreid over de mogelijkheden van de synthetische biologie, die zich tot op heden voornamelijk afspeelt in bacteriën en schimmels. Hij legt uit dat het vernieuwende aan de synthetische biologie vooral ligt in de aanpak: in plaats van observatoren zijn synthetisch biologen ingenieurs geworden. Met behulp van kunstmatige bouwstenen creëert men circuits en netwerken in levende systemen die volledig controleerbaar en manipuleerbaar zijn. Professor Kuipers besluit zijn verhaal met een fragment uit een presentatie van Craig Venter, het boegbeeld van de synthetische biologie, die in Amerika keer op keer grenzen verlegt.
Bekijk de presentatie van Craig Venter
De tweede spreker, dr. ir. Rinie van Est van het Rathenau Instituut, plaatst de ontwikkeling van de synthetische biologie in een maatschappelijke en ethische context. Hoe ver willen we gaan met dergelijke nieuwe technologieën en welke vragen moeten we stellen in een open maatschappelijk debat. Hij pareert de terughoudendheid van veel wetenschappers ten aanzien van zo’n debat aan de hand van een parallel met de opkomst van de moleculaire biologie in de jaren ’70. Ook toen verschuilden de wetenschappers zich achter de opmerking dat ze zich toch alleen maar bezighielden met ‘spielerei’ in lage organismen en dat toepassing van de technieken in dierlijke cellen, laat staan in menselijke cellen, nog lang niet aan de orde was. Sindsdien hebben voorbeelden als Stier Herman en Schaap Dolly laten zien dat de overgang van bacteriën naar dierlijke en zelfs menselijke cellen wel degelijk een logisch en snel gevolg is van de eerste voorzichtige experimenten. Daarom, zo betoogt dr. van Est, is het noodzakelijk de maatschappelijke discussie over de grenzen van nieuwe technologieën aan te gaan voordat deze zich zover hebben ontwikkelt dat de technische mogelijkheden de ethische grenzen gaan raken.
Tussen de betogen van beide sprekers kan het publiek genieten van een muzikaal intermezzo. Maarten van Veen (piano) en Martijn Krijnen (slagwerk) van het Doelenensemble brengen op virtuoze wijze het muziekstuk ‘Ewig’ van Peter Jan Wagemans ten gehore, waarin tijd en eeuwigheid abstract muzikaal tot bewustzijn komen.
Ewig
Ter inleiding van de discussie speelt Maarten van Veen nog een kort muziekstuk, waarin een eenvoudig bluesthema door achtereenvolgende aanpassingen uitmondt in chaos.
Tijdens de discussie wordt vanuit verschillende invalshoeken uitleg gevraagd aan beide sprekers. Opnieuw blijkt het uitermate moeilijk om de discussie dicht bij het eigenlijke onderwerp van de avond te houden. Behalve informerende vragen en kritische kanttekeningen bij de ontwikkeling van de synthetische biologie komen ook meer algemene ethische vragen aan bod, zoals de actuele discussie rondom embryoselectie. Ook de positie van het Rathenau Instituut komt ter sprake: Zijn zij er slechts om de maatschappij bewust te maken van nieuwe technologieën en de bijbehorende vraagstukken, of zijn zij er ook om bijvoorbeeld de overheid te adviseren in hun beleid aangaande deze nieuwe technologieën? Met het oog op de tijd wordt de discussie uiteindelijk beëindigd voordat alle vragen besproken zijn. Gelukkig is er na afloop nog uitgebreid de mogelijkheid om resterende vragen te bespreken onder het genot van een drankje.
Donderdag 10 januari 2008 Op de grens: Proefdieren in de wetenschap De week voorafgaand aan de Laurenslezing ‘Op de grens: Proefdieren in de Wetenschap’ stonden de proefdieren volop in de belangstelling van de media. Door acties van het Dierenbevrijdingsfront rondom de ontwikkeling van een bedrijventerrein in Venray besloot de projectontwikkelaar zich terug te trekken. Dit ontketende een serie van artikelen over proefdieren en de strijd ertegen. Grote verbazing daarom dat het publiek bij de Laurenslezing voornamelijk bestond uit mensen uit wetenschappelijke hoek. Er waren vrijwel geen tegenstanders van proefdieren in de zaal. Dit gaf de discussie automatisch een bepaalde richting, maar stond gelukkig een open en eerlijk debat niet in de weg.
Het thema ‘Proefdieren in de Wetenschap’ werd ingeleid door vier sprekers. Prof.dr. Raymond Corbey, filosoof/antropoloog, vertelde het publiek met duidelijke filosofische voorbeelden, dat de grens tussen mensen en dieren helemaal niet zo duidelijk is als altijd wordt vermoed. Bovendien blijkt uit de geschiedenis dat die grens zich verplaatst met nieuwe inzichten.

Hier vindt u een foto impressie van deze avond
Dr. Ype Elgersma, moleculair neurobioloog, maakte het publiek duidelijk dat ook wetenschappers liever niet met proefdieren zouden werken: het is duur en tijdrovend. Bovendien is er geen wetenschapper die het prettig vindt dieren dood te moeten maken of pijn te moeten doen. Voor sommige onderzoeken is het echter onmogelijk vooruitgang te boeken zonder het gebruik van proefdieren. Het is bijvoorbeeld onmogelijk de werking van de hersenen te onderzoeken zonder levende organismen. Het mooiste zou zijn om menselijke hersenen te gebruiken, maar dit is technisch onmogelijk. Daarom gebruikt dr. Elgersma muizen voor zijn onderzoek.
Dr. Martje Fentener van Vlissingen, directeur van het Erasmus Dierexperimenteel Centrum in Rotterdam, onderschreef het betoog van dr. Elgersma. Zij illustreerde bovendien dat de houding van mensen ten opzichte van dieren ook op andere terreinen op zijn minst vreemd te noemen is. Mensen houden huisdieren alsof het hun kinderen zijn en vanaf het vroegste begin krijgen kinderen Nijntje-boekjes voorgeschoteld waarin het witte konijntje typisch menselijke eigenschappen krijgt toegedicht: Nijntje gaat op vakantie, Nijntje begraaft haar oma, Nijntje gaat zelfs naar de dierentuin. Daarnaast wees zij het publiek op de goede regelgeving in Nederland die ervoor zorgt dat de experimenten die worden gedaan met proefdieren op een goede en gecontroleerde manier worden uitgevoerd. Hierdoor wordt het ongerief voor de dieren zo klein mogelijk gehouden.
Tenslotte liet drs. Niko Koffeman zien dat ideeën over wat noodzakelijk is vanuit wetenschappelijk oogpunt in retrospect niet altijd acceptabel zijn. Met als voorbeeld de experimenten die in de jaren ’60 zijn uitgevoerd op apen, met als legitimatie de wetenschap, toonde hij aan dat de mens zich nu schaamt voor dingen die minder dan 50 jaar geleden gedaan zijn. Over minder dan 50 jaar van nu zullen wij ons ook schamen voor de experimenten die op dit moment worden gedaan, zo betoogde hij. Volgens drs. Koffeman is het zaak dat we de technologische mogelijkheden die de huidige wetenschap ons biedt niet klakkeloos inzetten omdat het toevallig mogelijk is. Niet alles wat kan moet ook gebeuren. De verbetering van de medische wetenschap en daarmee de levensverlenging van veel mensen leidt bijvoorbeeld alleen maar tot overbevolking en daarmee tot toenemende druk op de planeet aarde.
Theatergroep Aurora uit Amsterdam brak de stroom aan informatie van de sprekers met korte, komische sketches waarin de verschillende houdingen van de mens ten opzichte van dieren werden uitgebeeld. Centraal hierin stond een regenworm, die achtereenvolgens bijna doormidden werd gesneden door een nieuwsgierig kind, vervolgens werd vertroeteld door diens moeder en die uiteindelijk door een boswachter naar de natuur teruggestuurd werd. Bij de worsteling tussen de moeder en de boswachter scheurde de regenworm uiteindelijk toch doormidden, waarna de twee resulterende wormen gebroederlijk een liedje zongen. Tijdens de pauze verzorgde Aurora samen met beeldend kunstenaar Suzanne de Graaf een boeiend ‘tableau vivant’ naast de foyer.
Nadat het publiek alle informatie had opgenomen kon het debat losbarsten. Onder leiding van Ton Haas vuurde de zaal voornamelijk vragen af op drs. Koffeman. Deze was niet van de wijs te brengen en pareerde de meeste vragen met verve. Natuurlijk mengden ook de andere sprekers zich in het debat met reacties op de antwoorden van Koffeman. Ondanks de pogingen van Ton Haas om het debat zo veel mogelijk bij het eigenlijke onderwerp te houden, (Proefdieren in de Wetenschap), ontkwam het debat ook niet aan enige discussie over dieren in andere situaties, zoals bijvoorbeeld het dilemma rondom de runderen bij de Oostvaardersplassen. Aan het eind van de avond kon Ton Haas concluderen dat niemand, ook de wetenschappers niet, uitgesproken voorstanders zijn van het gebruik van proefdieren. De meningen verschillen over de noodzaak van proefdiergebruik, maar ook Koffeman moest toegeven dat op dit moment een totale afschaffing van proefdiergebruik niet tot de mogelijkheden behoort. Ondertussen moeten we ons blijven inzetten voor het ontwikkelen van alternatieven en het verfijnen van dierproeven.
Tegen de actualiteit van de acties van het Dierenbevrijdingsfront was het goed om te zien dat er ook op een open en eerlijke manier over proefdieren kan worden gedebatteerd. Dit kan alleen maar bijdragen aan vooruitgang op het gebied van dierproeven en alternatieven.
|